Hoe meer mensen natuur onderdeel maken van hun dagelijks leven, hoe gezonder de samenleving en hoe belangrijker een groene leefomgeving is.


Webdesign by

In een dankbaar hart zal het altijd zomer zijn

  Sociaal Cultureel Welzijn

Emmen

Welzijn en Gezond

Welzijn en Gezond

De Cluft >>>

De Cluft dankbrief >>>

>>> pimvanlommel.

GezondZijn Nieuws Vit met ABCD Water Suiker Zout Geheugen Mindfulness Meditatie Denken Hier en Nu Bloeddruk Hygiene Gezonder leven Contact

Dag, bijzonder mens...



Dag, bijzonder mens...



4 manieren om je geheugen op te frissen
Het is nooit te laat om aan je brein te werken.  Met deze 4 stappen kom je een heel eind.  En het is nog wetenschappelijk bewezen ook.
1. Op tijd naar bed
Van een nacht goed slapen knap je sowieso op maar slaap is ook essentieel voor de werking van je hersenen. Het is wetenschappelijk bewezen dat je beter kan onthouden en focussen als je goed slaapt. Een lange tijd slecht slapen kan zelfs blijvende hersenschade  veroorzaken. Studenten die na het studeren vroeg naar bed gaan en goed slapen blijken beter te presteren bij hun tentamen dan studenten die een korte nachtrust hebben. Op zich natuurlijk niet zo verwonderlijk. Dus als je je brein een boost wil geven en niet meer de hele dag van alles wil vergeten, begin dan met op tijd naar bed te gaan.
2. Hup, in de benen
Of we het nou leuk vinden of niet, actief  zijn, ja sporten en bewegen, is van groot belang voor je brein. Niet alleen voor je cognitieve vaardigen van nu, maar ook voor die van later. Een recente studie laat zien dat mensen die fit waren rond hun 25e een beter werkend brein hebben op middelbare leeftijd dan mensen die niet actief waren in hun twintiger jaren. Een ander onderzoek laat zien dat mensen die weinig actief waren rond middelbare leeftijd op latere leeftijd  een kleinere hersenomvang hebben dan mensen die heel fit waren rond hun veertigste. Dus kom mee naar buiten allemaal, en -zoek niet alleen de wielewaal maar- zet er flink de pas in.
3. Goed eten
Ja ook gezond eten is belangrijk voor een gezond brein. Een tekort aan bepaalde voedingsstoffen kan zelfs leiden tot geheugenproblemen en verwardheid. Veelal gaat het dan om een tekort aan vitamine B12.  De hersenen hebben ook veel baat bij Omga 3 vetzuren. Eet wat vaker vette vis, noten of zaden, die zitten er vol mee.
4. Mediteren
Mindfulness-en meditatie oefeningen zijn niet alleen fijn om te ontspannen, er zijn tientallen onderzoeken die aantonen dat mediteren leidt tot een beter geheugen, betere concentratie en betere focus. Daarnaast is het een van de beste manieren om stress te lijf te gaan. En stress is nou net weer niet goed voor je geheugen. Kom op, het is voorjaar neem er eens wat meer tijd voor. (ik heb het vooral tegen mezelf). Oud zijn kan altijd nog.
Alzheimer: keer het tij
De pogingen van de reguliere geneeskunde om de alzheimerepidemie een halt toe te roepen, zijn tot op heden jammerlijk mislukt. Maar een vooraanstaand hersenonderzoeker slaagt erin om met een alternatieve aanpak hoop te brengen waar geen hoop voor was.
Elke dag, kort nadat hij ‘s morgens koffie heeft gedronken en de krant heeft doorgenomen, gaat de 83-jarige Peter Wilson op weg naar een verpleeghuis in het Canadese Calgary om zijn vrouw Jean te bezoeken. Het personeel ziet hem graag komen; hij neemt vaak donuts mee en zorgt altijd voor een vrolijke noot.

Maar hij kan geen gesprek met Jean voeren. Soms lacht ze naar Peter en zegt gedag, maar dan verdwijnt ze naar een verre plek waar niemand haar kan bereiken. Lezen doet ze niet meer en zelfs een tv-show is voor haar al veel te ingewikkeld. Peter gaat vaak in een lekkere stoel zitten om een spionageroman te lezen.

‘Je hoeft niet te schreeuwen,’ zegt hij tegen een verpleegkundige die tegen Jean toetert dat ze moet gaan zitten. ‘Ze hoort je wel. Ze begrijpt alleen niet wat je zegt.’ Jean is vriendelijk en werkt goed mee vergeleken met veel alzheimerpatiënten op haar afdeling, die geregeld uitvallen doordat ze verward of bang zijn. De verpleging zet een koptelefoon op Jeans hoofd zodat ze naar klassieke muziek kan luisteren. Ze lacht en zwaait als een dirigent met haar handen door de lucht, en wég is ze weer.

Jean is in de laatste vijftien jaar van haar leven (ze is 88) veel weggeweest.
Meedogenloze cijfers
Er zijn miljoenen versies van zulke hartverscheurende verhalen. Alzheimer is een van de ziekten die mensen het meest vrezen als ze oud worden en de cijfers rechtvaardigen die angst: voor de volwassenen van nu is de kans 1 op 3 dat ze op 85-jarige leeftijd alzheimer hebben. En wie het zelf niet krijgt, zorgt tegen die tijd wel voor iemand die de ziekte heeft.
 
In Nederland wonen 270.000 mensen met dementie. Ieder uur komen daar vijf mensen met dementie bij.1 In dit tempo zullen er over 25 jaar meer dan een half miljoen Nederlanders met dementie zijn. Wereldwijd zijn er naar schatting 47 miljoen mensen met dementie, en hun aantal zal naar verwachting elke 20 jaar verdubbelen, zodat het er in 2050 meer dan 130 miljoen zijn.2

U gaat niet ineens dood aan alzheimer, maar de ziekte berooft u langzaam van uw geheugen, creativiteit, informatieverwerking, identiteit en ten slotte uw leven. Volgens het CBS is dementie doodsoorzaak nummer 1 in Nederland. Bij mannen staat longkanker nog bovenaan en dementie op de tweede plaats, maar bij vrouwen is het veruit de meest voorkomende doodsoorzaak.3
Medicijnen maken het erger
Om dementie vast te stellen, krijgt iemand een neurologisch en psychologisch onderzoek, en soms een MRI-scan. Er is in Nederland gelukkig veel begeleiding en zorg voor alzheimerpatiënten en hun mantelzorgers.
Maar een medische behandeling is er niet. Vaak krijgt een patiënt wel medicijnen voorgeschreven om de ziekte te vertragen, zoals galantamine, rivastigmine, donepezil of memantine. De eerste drie zijn cholinesteraseremmers: ze houden de afbraak van de neurotransmitter acetylcholine tegen; de laatste beschermt de NMDA-receptoren in de hersenen.

Maar ondanks alle tijd en geld die de ontwikkeling van deze medicijnen hebben gekost, hebben ze slechts een bescheiden effect bij een klein deel van de patiënten. Ze kunnen het proces niet stoppen. En hoewel ze soms zorgen voor een verbetering in concentratie en spraakvermogen, hebben ze ook behoorlijke bijwerkingen.

Cholinesteraseremmers kunnen diarree, misselijkheid, maag- en darmzweren, maagbloedingen, slechte eetlust en gewichtsverlies, agressief gedrag, verwarring, onrust, huiduitslag, spierkrampen en hartproblemen veroorzaken. Memantine is bedoeld voor patiënten met matige tot ernstige alzheimer, maar is bij de meeste patiënten niet effectief. Ook hier klinken de bijwerkingen bijna net zo erg als de ziekte zelf: hoofdpijn, slaperigheid, obstipatie, duizeligheid, verwardheid, hallucinaties, braken en abnormaal lopen.

‘Niet alleen is geen enkel medicijn erin geslaagd het dementieproces te stoppen, laat staan te genezen, er is zelfs bewijs dat de belangrijkste medicijnen de aftakeling versnellen,’ zegt Dale Bredesen, een internationaal erkend onderzoeker van neurodegeneratieve ziekten aan de Universiteit van Californië in Los Angeles.
Hij is auteur van The end of Alzheimer’s (Avery Publishing Group, 2017) en wijst op een in november 2018 gepubliceerde literatuurstudie, die keek naar tien onderzoeken waarin in totaal 2714 patiënten cholinesteraseremmers, memantine of beide medicijnen kregen. Zij werden vergeleken met patiënten die helemaal geen medicijnen gebruikten.4

Toen de onderzoekers alle gegevens van de patiënten samenvoegden en ze opnieuw analyseerden, ontdekten ze dat mensen die deze veel voorgeschreven middelen tegen alzheimer gebruikten, ‘veel sneller achteruitgingen in de ADAS-cog [een screeningtest voor dementie] dan degenen die geen van beide medicijnen kregen’. En patiënten die beide soorten medicijnen kregen, deden het slechter dan degenen die alleen cholinesteraseremmers kregen.
De leven-of-doodknop van de hersenen
Bijna al het geneesmiddelenonderzoek en -ontwerp richt zich op de kenmerkende, kleverige amyloïdeplaques in de hersenen van alzheimerpatiënten, die worden beschouwd als de boosdoener achter de ziekte. Bredesen en zijn collega’s gingen op moleculair niveau op zoek naar de oorzaken van die plaques.

Hij bestudeerde een eiwit genaamd ‘amyloïd precursor proteïne’ (APP), dat zich gedraagt als een soort moleculaire aan-uitknop, die twee signalen naar de zenuwcellen in de hersenen kan sturen: een ‘blijf gezond-signaal’, dat de zenuwcellen en de verbindingen daartussen onderhoudt, of een ‘ga-dood-signaal’, dat de chemische processen in gang zet die de cel het sein geven dat hij moet doodgaan.
Het signaal tot doodgaan kan afgaan als APP zich bindt aan de amyloïde-bèta-eiwitten, die samenklonteren tot de ziekmakende plaques in de hersenen van een alzheimerpatiënt. Wat er ook gebeurt als de ‘zelfdodingsknop’ aangezet wordt, is dat er meer amyloïde-bèta-eiwit geproduceerd wordt en er een langzame kettingreactie op gang komt waarin hersencellen afsterven en amyloïde samenklontert: de ziekte van alzheimer wordt erger.

De ziekte zelf, leggen Bredesen en zijn collega Alexei Kurakin uit, is ‘niet inherent pathologisch’. Het is te vergelijken met een financiële topambtenaar in onze hersenen die in de boeken een tekort aan middelen heeft opgemerkt en aan een nietsontziende reorganisatie is begonnen. Hij bezuinigt de minst belangrijke banen weg en behoudt alleen de echt belangrijke functies die het bedrijf overeind houden.
‘De hersenen besparen en bewaren alleen de functies die nodig zijn om in leven te blijven; ze besteden geen energie of middelen aan het vormen van herinneringen die ze niet nodig hebben,’ legt Bredesen in zijn boek uit. ‘Als uw hersenen de keus hebben tussen onthouden hoe u moet praten en onthouden wat er gisteren op tv was, kiezen ze voor het eerste.’
100 lichtpuntjes
Dit alles is slecht nieuws voor iemand die zojuist heeft gehoord dat hij alzheimer heeft. Of dat hij een mildere cognitieve stoornis (MCI) heeft.

Het is inderdaad slecht nieuws, maar gelukkig is er ook goed nieuws. Mensen met MCI of dementie hoeven zich daar niet langer bij neer te leggen, of medicijnen te slikken die niet helpen. Bredesen heeft onlangs, samen met vijftien andere onderzoekers van Amerikaanse en Australische klinieken, een studie gepubliceerd waarin 100 patiënten beschreven worden die zijn behandeld volgens het ReCODE-protocol: een breed, op de patiënt toegesneden programma om de cognitieve achteruitgang te kenteren.

Het ReCODE-programma pakt alle aspecten aan: voeding, leefstijl, gifstoffen, voedingstekorten en hormonale problemen. Het doel is om cellulaire mechanismen te beïnvloeden die volgens Bredesen en zijn collega’s een belangrijke rol spelen in het ziekteproces.

Alle 100 patiënten lieten cognitief herstel zien, en dit werd met bewijsstukken gestaafd: soms was de verbetering zelfs op scans te zien, en ook in diagnostische en cognitieve testen. Elke patiënt heeft zijn eigen verhaal en de behandeling was steeds op het individu toegespitst. Maar de rode draad van het protocol maakt het de meest veelbelovende behandeling voor alzheimer sinds de ziekte ruim een eeuw geleden voor het eerst werd beschreven.

Bredesen vertelt dat hij in het Buck Instituut meer dan 1000 mensen met vergelijkbaar succes heeft behandeld. ‘Vrijwel 100 procent van de mensen met MCI die we zien, heeft in zekere mate baat bij het ReCODE-programma,’ zegt hij. Ongeveer de helft van de mensen met een ernstiger vorm van cognitieve achteruitgang verbetert, maar helaas, ‘van degenen in een gevorderd stadium van alzheimer heeft minder dan de helft baat bij het programma. Daarom is het belangrijk vroeg te starten.’
Aan of uit?
Vervolgens zocht Bredesens team naar de oorzaak die maakt dat deze moleculaire APP-knop overschakelt van ‘blijf gezond’ naar ‘ga dood’. Maar in plaats van één cruciale factor vonden ze een waslijst aan factoren die van invloed zijn. Ze hebben de lijst teruggebracht tot 36 factoren, waaronder oestrogeen, testosteron, schildklierhormoon en insuline, vitamine D, bepaalde ontstekingsmoleculen afkomstig van een geactiveerd immuunsysteem, de aanwezigheid van toxische stoffen zoals metalen, en genen die de celdood regelen.

In uiteenlopende studies, die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken lijken te hebben, blijkt dat al deze factoren sterk overeenkomen. De studies hebben verbanden gevonden tussen alzheimer en allerlei andere dingen, van genmutaties (zoals het APOE4-allel), blootstelling aan giftige metalen, herpesinfecties, het gebruik van statines (cholesterolverlagers), insulineresistentie en diabetes, tot aan hoge bloeddruk, een slechte nierfunctie, een sedentaire leefstijl, gebrek aan zonlicht, slaapdeprivatie en chronische stress.

De farmaceutische industrie heeft vergeefs naar een wondermiddel gezocht om de amyloïdeplaques te vernietigen, maar ze ziet het veel grotere plaatje niet. In Bredesens model zijn amyloïdeplaques een bijproduct van de ziekte, niet de hoofdoorzaak. Alle uiteenlopende factoren die met alzheimer in verband zijn gebracht, activeren dezelfde schakelaar.

De factoren die achter de ziekte zitten lijken misschien bij iedereen anders, maar ze hebben allemaal het APP-mechanisme als onderliggende oorzaak. Dat werkt als een weegschaal, die wel of niet naar één kant doorslaat, afhankelijk van het aantal factoren dat achteruitgang of juist gezondheid stimuleert. Kortom, allerlei verschillende keuzes die u dagelijks maakt, zijn ofwel pro- of anti-alzheimer, en u bent zelf in staat de weegschaal naar de goede kant te laten doorslaan.
Het grote plaatje
Bredesen heeft iets meegemaakt wat van invloed moet zijn geweest op de manier waarop hij naar ziekte kijkt. Zijn tienerdochter bleek lupus erythematodes (een auto-immuunziekte) in een vroeg stadium te hebben. Zijn vrouw, die ook arts is, en hij gingen met haar naar topspecialisten.

‘Ze adviseerden corticosteroïden om het afweersysteem af te remmen, maar ze zeiden ook dat onze dochter een grote kans liep om chronische, ernstige lupus te krijgen, en dat er geen andere behandeling was,’ vertelt Bredesen. ‘Niemand vroeg zich af wat de oorzaak was. Het was verbijsterend.’

Het gezin trad buiten de gebaande paden van de reguliere geneeskunde en wendde zich tot de integratieve geneeskunde. Die had veel meer te bieden: het dieet van de tienerdochter werd aangepast om voedingsmiddelen te vermijden die ontsteking bevorderen, zoals gluten en zuivel, om voedingstekorten aan te pakken en haar hormonen in evenwicht te brengen.

In de maanden daarna zagen de ouders bij hun dochter de huiduitslag, amenorroe (het uitblijven van de menstruatie), gewrichtspijn en andere symptomen verdwijnen. Tien jaar later zijn de symptomen nog steeds weg. Bredesen zag hoe je ziekte in het lichaam kunt aanwakkeren of afzwakken door verschillende factoren, zoals voeding en stress, tegelijk te beïnvloeden.
Parallellen
Het ReCODE-protocol vertoont grote overeenkomsten met de adviezen van andere vooraanstaande alternatieve artsen. Daaronder zijn Joseph Mercola, Mark Hyman van de Cleveland Kliniek en neuroloog David Perlmutter, die het boek Het glutengevaar schreef (Luitingh-Sijthoff, 2015).

Bredesen raadt iedereen boven de 45 aan met een ‘cognoscopie’ te beginnen (zie pagina 29): een serie diagnostische laboratoriumtesten, scans en een nulmeting van de cognitieve functies.

Die resultaten worden vervolgens vergeleken met een database, om patronen te ontdekken en een individueel behandelingsprogramma te ontwerpen.

Bredesen zegt dat je een alzheimerpatiënt moet behandelen als een profsporter: het is niet genoeg dat hij binnen de ‘normale waarden’ van gezonde hersenen valt; je wilt zijn gezondheid optimaliseren en meten zoals je iemands bloeddruk meet.

Bredesen heeft niet gewacht tot hij de reguliere geneeskunde aan zijn zijde had, maar begon via zijn bedrijf andere artsen in het ReCODE-protocol te trainen. Inmiddels kennen honderden artsen zijn protocol.
Onheilige drie-eenheid
Bredesen heeft ervaren dat er drie hoofdtypen van de ziekte van Alzheimer zijn, elk met betrekkelijk verschillende symptomen:

Type 1. Vooral inflammatoir: door ontstekingsreacties;

Type 2. Vooral door een tekort aan belangrijke voedingsstoffen zoals vitaminen, mineralen en hormonen die nodig zijn voor gezonde hersenen;

Type 3. Vooral toxisch: door een reactie op vreemde stoffen, zoals metalen, of biotoxinen (natuurlijke gifstoffen), zoals schimmel.

Elk subtype beïnvloedt de spiraal van APP en amyloïde-bèta-eiwit, en elk heeft zijn eigen behandeling, maar er zijn overeenkomsten. Het protocol maakt gebruik van zowel de integratieve, functionele, Chinese en ayurvedische geneeskunde als van andere terreinen.
Dezelfde inzichten
Veel integratieve artsen, zoals Joseph Mercola, hebben protocollen die veel overeenkomsten vertonen met ReCODE:

• een dieet met weinig koolhydraten, maar dat rijk is aan gezonde vetten, zoals omega 3-oliën
• weinig suiker
• mijden van bewerkte voedingsmiddelen en de beschadigende oliën die ze bevatten
• mijden van voedingsmiddelen die het afweersysteem aanwakkeren, zoals gluten
• regelmatige, intensieve lichaamsbeweging
• optimale vitamine D-waarden
• optimale nachtrust
• het verminderen en goed omgaan met stress

Een ingeschakeld brein
Enkele van de 100 succesverhalen van Bredesen:
Patiënt 1
Een hoogopgeleide vrouw van 68 begon opvallende vergissingen te maken in haar spraak en spelling. Toen ze medicatie kreeg tegen een depressie, werden ook alledaagse taken lastig, zoals boodschappen doen, koken en computerwerk. Zelfs koekjes bakken werd een klus.

Ze haalde de grote en kleine wijzer van de klok door elkaar en vergat in twee weken tijd tot tweemaal toe haar kleinkinderen van school te halen.
Uit een genetische screening bleek dat ze één kopie had van het APOE4-allel. Mensen die drager zijn van één allel hebben 30 procent kans om de ziekte van Alzheimer te krijgen. Ter vergelijking: bij mensen zonder dat allel is de kans 9 procent. Mensen met twee allelen hebben een kans van 50 procent.

Uit een MRI-scan bleek dat de regio van de hippocampus in haar hersenen gekrompen was tot een volume in het 14e percentiel voor haar leeftijd. Dat betekent dat 86 procent van de vrouwen op haar leeftijd een groter volume hebben.

Ze kreeg de diagnose MCI: milde cognitieve stoornis. Na elke trial met een nieuw medicijn bleek ze verder achteruitgegaan. Daarom stopte ze daarmee en probeerde het ReCODE-protocol.
In de 17 maanden daarna gingen haar resultaten op de MoCA (de Montreal Cognitive Assessment, een screeningstest om cognitieve stoornissen te meten) omhoog van 24 naar 30: de hoogste score. Dat bleef 18 maanden stabiel.

Het volume van haar hippocampus nam toe tot het 28e percentiel. Haar symptomen verbeterden, ze kon haar dagelijkse taken weer uitvoeren en dat bleef zo tijdens de vervolg-afspraken.
Patiënt 2
Een arts van 73 vertelde dat haar problemen om de juiste woorden te vinden, al twintig jaar eerder onopvallend begonnen waren. Maar in het afgelopen jaar was het beduidend erger geworden.
Ze kon zich recente gesprekken, toneelstukken die ze had gezien of boeken die ze had gelezen niet meer herinneren, en ze haalde de namen van mensen en dieren door elkaar. Ze had moeite de weg te vinden, zelfs de weg naar haar tafel in het restaurant als ze naar het toilet was geweest.

Uit een PET-scan van haar hersenen bleek dat er problemen waren met het gebruik van glucose als brandstof. Op een MRI was atrofie van de cortex te zien: de hersenschors was gekrompen, een bekend kenmerk van alzheimer. Ook was het volume van haar hippocampus afgenomen (16e percentiel voor haar leeftijd). Een online cognitieve test plaatste haar in het 9e percentiel voor haar leeftijd.
Ze volgde een jaar het ReCODE-protocol. In die periode verbeterde haar geheugen en dezelfde cognitieve test plaatste haar nu in het 97e percentiel, waar ze de rest van de studie bleef.
Patiënt 3
Een vrouw van 62 had last van vermoeidheid en depressie, ze sliep slecht en kon geen namen meer onthouden. Ook lukte het niet meer haar boekhouding te doen en haar winkel te runnen.
Haar ReCODE-protocol bestond uit bio-identieke hormoontherapie, herstel van de insulinegevoeligheid door bepaalde dieetveranderingen, regelmatige lichaamsbeweging, het verminderen van stress, versterking van haar microbioom met pro- en prebiotica, het tegengaan van systemische ontsteking met omega 3-vetzuren, extra vitamine D, K2 (menachinon) en andere vitaminen, en hersentraining.

In de 12 maanden daarna viel ze af, verbeterde haar metabole status (de bloedwaarden die met de stofwisseling te maken hebben) en verdwenen ook haar symptomen. Ze kon zelfs haar winkel weer openen. Haar score in de cognitieve test steeg van 20 naar 28 (26-30 is normaal) en bleef op 28 staan.

Bewezen herstel
Als we Bredesen vragen wat er gedaan kan worden voor degenen die al veel kwijt zijn door de ziekte van Alzheimer, zoals Jean Wilson, is zijn antwoord duidelijk: ‘Hun kinderen moeten zich genetisch laten testen, kijken hoe ze ervoor staan en vroeg met een programma beginnen.’ Het gebeurt zelden dat iemand die al ver heen is, de ziekte nog de baas kan worden.

Toch kunnen zelfs patiënten met uitgesproken cognitieve achteruitgang wel resultaat boeken. Een van Bredesens patiënten, Edward, is een succesvol zakenman. Zijn geval is opmerkelijk, omdat artsen zijn aftakeling hadden gedocumenteerd met herhaaldelijke PET-scans en cognitieve testen. Bovendien had hij een genetische marker die een verhoogd risico op alzheimer gaf.

Toen Edward 60 was, kreeg hij steeds meer last van geheugenproblemen. Tien jaar aan medische scans lieten een patroon van achteruitgang zien dat kenmerkend is voor een vroege vorm van alzheimer. Toen hij 67 was, raadde zijn neuropsycholoog hem aan zijn bedrijf af te bouwen en zich te verdiepen in langdurige zorg.

Maar in plaats daarvan ging Edward naar Bredesen, en al na een paar maanden waarin hij een speciaal voor hem geschreven ReCODE-programma volgde, begon hij grote verbeteringen op te merken. Twee jaar later besloot hij het neuropsychologisch onderzoek dat hij eerder had gehad, opnieuw te laten doen.

De onderzoeker zei dat hij in dertig jaar nooit zulke verbeteringen had gezien. Edwards verbale leerscores waren omhooggegaan van het 3e naar het 84e percentiel. Zijn auditief geheugen was gestegen van het 13e naar het 79e percentiel, zijn cijferreeks (eerst heen, dan achterstevoren) van het 24e naar het 74e percentiel, en zijn verwerkingssnelheid van het 93e naar het 98e percentiel.
Edward werkt nog steeds. Tegen Bredesen zei hij: ‘Als ik mijn kleinkinderen spreek, mag ik van mezelf weer over de toekomst nadenken.’
Celeste McGovern
Literatuur
1. Alzheimers Dement, 2018; 14: 367–429
2. Alzheimer’s Disease International, World Alzheimer Report 2015
3. www.volksgezondheidenzorg.info
4. JAMA Network Open, 2018; 1: e184080
Bronnen
www.drbredesen.com
www.drperlmutter.com
www.platformouderenzorg.nl/bestanden/MoCA-Test-Dutch.pdf
Hoe weet u of uw risico loopt?
U kunt een ‘cognoscopie’ laten doen, die bestaat uit een aantal bloedonderzoeken, scans en cognitieve onderzoeken. Dale Bredesen gebruikt die om de systemen in uw lichaam te beoordelen die, als ze niet in orde zijn, kunnen bijdragen aan cognitieve achteruitgang.
Erfelijkheid. De test op het APOE4-gen geeft een idee van uw risico op de ziekte van Alzheimer. Als u geen drager bent, is uw kans op alzheimer ongeveer 9 procent. Als u drager bent van één allel, wil dat niet zeggen dat u de ziekte daadwerkelijk krijgt, maar hoort u bij de mensen met 30 procent kans op de ziekte.
Hormonen. Pregnenolon is een hormoon dat vooral in onze hersenen voorkomt en een rol speelt bij cognitieve functies, zoals het geheugen en concentratievermogen. Bij vrouwen met cognitieve achteruitgang zijn de waarden vaak laag. Optimale waarden: 0,3-3,5 nanogram/milliliter.
Schildklier. Reguliere artsen testen soms alleen op TSH, het schildklierstimulerend hormoon, en checken de andere schildklierhormonen niet, zoals FT3, FT4 en RT3 (reverse T3).
TSH moet onder de 4 mU/liter zijn. FT3 hoort 3-8 pmol/liter te zijn. Ook de verhouding tussen vrije T3 (FT3) en reverse T3 is belangrijk. FT4 moet 10-26 pmol/liter zijn.
Magnesium. De meest nauwkeurige test is het magnesiumgehalte in de rode bloedcellen. Normaalwaarden liggen tussen de 2,08-3 mmol/liter.
Hersenvolume. Met een MRI-scan kunnen we gebieden opsporen die zijn gekrompen.
Cognitieve testen, om het functioneren van de hersenen bij uiteenlopende taken te beoordelen. U kunt de MoCA (Montreal Cognitive Assessment test) online gratis downloaden.
Het ReCODE-protocol
De belangrijkste punten van het ReCODE-protocol zijn:
Een ketogeen dieet. Onderzoekers van de Mayo Kliniek hebben in 2012 een onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat mensen van wie het dieet grotendeels uit koolhydraten (pasta, rijst, aardappels, brood, etc.) bestaat, 89 procent meer risico lopen op MCI of dementie. Dit in tegenstelling tot degenen die het meeste vet in hun voeding hadden: zij liepen 44 procent minder risico.1

Als uw lichaam bijna door zijn koolhydraten heen is, gaat het vet verbranden. De lever zet vetten om in ketolichamen. Dit proces, dat we ketose noemen, is goed voor de hersenfunctie.

ReCODE gebruikt het Ketoflex 12/3-dieet, ook wel flexitarisch dieet genoemd. Het bevat veel rauwe en gekookte zetmeel-arme groenten, heeft vlees en kleine vissoorten (met een laag kwikgehalte) als ‘bijgerecht’ en bevat heel veel goede vetten in de vorm van noten, avocado’s, zaden en kokos- of MCT (middellang-eketentriglyceriden)-olie.
Vasten.
De spijsvertering ‘uitzetten’ is heel gezond voor de hersenen. Zo zorgt het voor autofagie: een proces waarbij de cellen zich ontdoen van gifstoffen en kapotte onderdelen afbreken.
Die 12/3 in het Ketoflex-dieet slaat op de 12 uur die tussen uw laatste maaltijd van de ene dag en uw eerste maaltijd van de volgende moeten zitten, en de 3 uur tussen uw laatste maaltijd en het naar bed gaan.
Dus als u om 22:00 uur naar bed gaat, dan moet u na 19:00 uur niets meer eten, en niet eerder ontbijten dan de volgende dag om 7:00 uur.
Supplementen.
ReCODE adviseert vitamine B1 (50 mg), dat belangrijk is voor de geheugenvorming; vitamine B5 (of pantotheenzuur, 100-200 mg) voor een helder hoofd; een combinatiepreparaat met vitamine B6, B12 en foliumzuur; vitamine D (60 microgram totdat een tekort is aangevuld), vitamine K2 (als MK7: menaquinon-7, 100 microgram); citicoline (tweemaal daags 250 mg) voor de groei en het herstel van synapsen; en ubiquinol (of co-enzym Q10, 100 mg) om de mitochondriën – de energiecentrales van de cellen – te ondersteunen.
Kruiden.
Ashwagandha, ook wel ‘Indiase ginseng’ is een traditioneel ayurvedisch tonicum tegen stress.
Voorgestelde dosering per dag: Tweemaal daags 500 mg om stress en amyloïdeplaques tegen te gaan
Gotu kola is een Aziatisch medicinaal kruid dat de wondgenezing stimuleert en helpt tegen veneuze insufficiëntie (als de aderen niet goed werken en vocht niet goed wordt afgevoerd), maar ook alertheid en aandacht verbetert.2

Voorgestelde dosering per dag:
Tweemaal daags 500 mg
Rhodiola-extract blijkt angst en stress te verminderen.3

Voorgestelde dosering per dag:
Bij angstklachten een of tweemaal daags 200 mg
Hersentraining.
Het ReCODE-protocol werkt samen met neurowetenschapper Michael Merzenich, de oprichter van Posit Science, een bedrijf dat BrainHQ heeft ontwikkeld.

Dit online trainingsprogramma gebruikt spelletjes als Double Decision en Hawkeye, ontworpen om de informatieverwerking in de hersenen te verbeteren door dagelijks 10-20 minuten of driemaal per week
30 minuten te oefenen.
Literatuur
1. J Alzheimers Dis, 2012; 32: 329–39
2. Phytomedicine, 2000; 7: 427–48
3. Phytother Res, 2015; 29: 1934–9

Onderzoekers geven toe fout te zitten met hun vetarme dieetadvies.

  Sorry zeggen is pijnlijk…

Hallo wereld, Research Hoofdkwartier hier. Alles goed met je? (Zo niet, dan graven en vorsen we totdat we boven water hebben wat er met je aan de hand is). Trouwens, weet je nog dat we je vertelden dat een vetrijk dieet je aderen kan laten dichtslibben met hartproblemen als gevolg? Het is je vast niet ontgaan dat we deze theorie al 30 jaar actief hebben uitgedragen. Studie na studie… Om eerlijk te zijn, we zijn er doodmoe van.

Dankzij de niet aflatende inspanningen van Research Hoofdkwartier, liggen de winkels vol met allerhande light en vetvrije producten en je arts heeft je misschien ook nog wel statinen voorgeschreven om van dat nare vet af te komen…

Uhm… Niet lachen, maar we hadden het fout! Echt hoor, eet rustig wat je maar wilt aan vet: boter, kaas, melk, noem maar op. Helemáál niet schadelijk voor je hart. Sterker nog, vet reduceert de kans op een hartaanval. Dus het veroorzaakt geen hartaanval, maar voorkomt hem. Ja hoor, 180 graden de andere kant op dus.

Goed mogelijk dat je nog helemaal niks gelezen hebt over deze gênante vergissing. We hebben de boodschap verstopt achter schattige kopregels, zodat het niemand zou opvallen wat een zootje we ervan gemaakt hebben. (We gingen er vanuit dat we in een ‘koppensnellers’ tijdperk leven waarin de mensen een concentratiespanne hebben van 5 seconden. En gelukkig hadden we gelijk).

Dus, hier hebben we een nieuwe kopregel (hoop dat je ‘m leuk vind, wij waren er zelf nogal content mee): ‘Nieuw onderzoek kan schuldgevoel zuivelconsumptie uitbannen.’ Goed hè?! Het zegt niks over het feit dat we er 30 jaar naast zaten, of dat light voedsel en drank de voedselindustrie astronomische bedragen hebben opgeleverd, zoals dat ook geldt voor de gigantische bedragen die de farmaceutische industrie heeft opgestreken aan de verkoop van statines. We zeggen niet dat dit onnodige uitgaven waren en ook niet dat onze adviezen de kans op een hartaanval vergroot hebben. Nee hoor, je hoeft je alleen niet meer schuldig te voelen. Dat is alles.1

We stellen ons even twee scenario’s voor binnen het gemiddelde gezinsleven: eentje van voor ons persbericht en eentje daarna.
Dialoog vóór het persbericht:

Vrouw: ‘Ik heb net een geroosterd boterhammetje met roomboter gegeven. Ik voel me zo schuldig!’
Man: ‘Schuldig?! Dat is wel het minste. Je gaat hier aan DOOD!’

Dialoog ná het persbericht:

Vrouw: ‘Ik heb net een geroosterd boterhammetje met roomboter gegeven. Ik voel me zo schuldig!’
Man: ‘Schuldig?! Nergens voor nodig. Niks aan de hand.’ (Om precies te zijn heb je je kans op een hartaanval zojuist verkleind, maar ik heb even een kijkje genomen áchter de kopregel. Sorry!).

Ok, daarmee hebben we 98 procent van de populatie afgehandeld. Nu moeten we nog aan de slag met de overgebleven 2 procent die nog steeds aan het lezen is (zó irritant!…). Voor die paar aanhouders hebben we een meer feitelijke samenvatting: ‘Volgens recent onderzoek is het niet erg aannemelijk dat de consumptie van volle melk, yoghurt en kaas ons vroeger het graf in stuurde.’

Dit vertelt nog niet de hele waarheid, maar we hebben weer 1,5 procent van de mensen bereikt met onze boodschap. We zitten nog met de obstinate halve procent die nu nóg leest (een doelgroep die een vijf uur durende opera van Wagner als een kort deuntje beschouwd; wat mankeert deze mensen?).

Voor deze enkelingen, die meer buiten zouden moeten komen, moeten we met de waarheid komen (denken we). Wat we gedaan hebben, is een onderzoeksgroep samenstellen van 3.000 mensen van 65 jaar en ouder. We hebben hun bloed gedurende 22 jaar onderzocht op drie verschillende vetzuren die je tegenkomt in zuivelproducten. In tegenstelling tot wat beweerd werd, veroorzaakte geen van deze ‘slechte’ vetten enige hartaanval. Sterker nog: één van deze vetten reduceerde het risico op overlijden door een hartaanval met 42 procent!2

We omschrijven deze studie als stevig onderbouwd (één van onze favoriete typeringen) en voegen eraan toe dat ‘mensen een meer afgewogen en gefundeerde keuze kunnen maken op basis van wetenschappelijke feiten dan op basis van “horen zeggen”’. Hiertoe rekenen we ook het bericht ‘van horen zeggen’ dat ons bereikte via de laatste officiële US Dietary Guidelines, dat nog steeds het eten van light en halfvolle producten adviseert. Niet alleen een verkeerd advies, maar ook nog eens schadelijk, omdat deze producten extra toegevoegde suikers bevatten. En die waren al die tijd al de boosdoener bij het ontstaan van hartproblemen!

Dus, wij van Research Hoofdkwartier zouden sorry kunnen zeggen, zeker gezien het feit dat we veel mensen voortijdig naar hun graf gestuurd hebben. Maar goed, we hebben besloten om een beetje lol te maken, vandaar onze vermakelijke ‘schuldig’ kopregel.

Literatuur
1. ScienceDaily, 11 July, 2018
2. Am J Clin Nutr, 2018 Jun 11. doi: 10.1093/ajcn/nqy117